Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Voor aandelen en andere financiële activa die u al vóór 2026 bezat, wordt eerst een startpunt vastgelegd. Dat startpunt is de waarde van uw activa op 31 december 2025.
Verkoopt u uw activa (bijvoorbeeld aandelen) na 1 januari 2026, dan vergelijkt men de waarde op het moment van verkoop met de waarde op 31 december 2025 (de fiscale startwaarde). Alles wat u méér krijgt dan de waarde op 31 december 2025, is in principe de belastbare meerwaarde.
Het kan dat u uw activa ooit duurder heeft gekocht dan ze waard waren op 31 december 2025.
In dat geval mag u tot en met 31 december 2030 proberen te bewijzen dat uw historische aanschaffingswaarde hoger ligt. Lukt dat, dan mag u die hogere aankoopprijs gebruiken als basis. Dat kan ervoor zorgen dat uw belastbare meerwaarde kleiner wordt, of zelfs wegvalt.
Maakt u verlies bij de verkoop, dan spreekt men van een minwaarde. Een minwaarde is het negatieve verschil tussen de verkoopprijs en de aanschaffingswaarde. Zo’n minwaarde mag u in mindering brengen van uw gerealiseerde meerwaarden, maar alleen binnen hetzelfde belastingjaar. Met andere woorden: een verlies in jaar X kan u niet gebruiken om een meerwaarde in jaar Y te compenseren.